2014 April Almelo

DICHTER BIJ PASSSIEMUZIEK DOOR TOONKUNST

Almelo Grote Kerk  Zaterdagavond 12 april 2014 Passieconcert  Toonkunst

Sinds het verhaal van de lijdende Christus beschreven is, is het ook in de muziek verklankt. Bij dit passieconcert aan de vooravond van de Stille Week , was er voor de talloze bezoekers bijzondere muziek te beluisteren. Bijzonder  door de keuze van o.a  jonge   solisten ,de bewerkingen van overbekende werken en de aanpassing van een cantate. Met ondersteuning van het gemeentelijk initiatievenfonds werden 3 jonge solisten gecontracteerd. De tenor viel klaarblijkelijk buiten de muzikale boot en zo werd de Bach cantate BWV 182 “Himmelskönig sei willkommen”, ontdaan van de tenor aria. De tenor had dan naast zijn enkele bijdrage bij dit concert  een goede ondersteuning kunnen geven aan de tenorengroep van het koor . Na de pauze werden de bewerkingen van de Italianen ten gehore gebracht. Instrumentaal werd begonnen  door begeleidingsorkest Flair met het Adagio in g van Albinoni in een bewerking van Giazotto. Muziekkenner uit de vorige eeuw die furore maakte met de wetenschap dat het adagio slechts bestond uit enkele maten op papier en dan ook nog slechts een baslijn. Het Stabat mater van Pergolesi werd bewerkt door Nicolai om zo een koor het laten uitvoeren. Pure romantiek maar wel  van hoge kwaliteit. De cantate van Bach voor Palmzondag waarmee dit boeiende concert begon was destijds het visitekaartje van Bach voor de start in Weimar. De instrumentale solisten van begeleidingsorkest Flair , klonken hier in topvorm. De statige openingsonate in g groot met een muzikaal vraag en antwoordspel tussen fluit en viool en het continuo werden perfect uitgevoerd. De strijkersgroep van het orkest had toch gedurende het concert wat meer moeite om exact in te zetten en te klinken als een eenheid. Het tweede gedeelte  in het beroemde Adagio gaf het orkest toch muzikale vleugels en het volgde overigens dirigent Arno Vree heel adequaat bij het tot stand komen van zijn muzikale visie. Organist Gert Odenbeuving begeleidde trefzeker en o.a  gevoelvol bij Albinoni. Toonkunst was goed op dreef in de cantate van Bach. Het openingskoor in een lastige fugavorm werd goed gebracht. Sopranen en alten hebben wel de overhand in de koorklank. Tenoren en bassen moeten wel heel hard werken om hoorbaar te blijven. Prachtig koorwerk ook  het Stabat Mater. Eerst door de vrouwen , later toch ook weer in een flitsend “ Amen”. De jonge solisten o.a sopranen Susanne Weber , Stella-Louise Göke en de alt Anouk Stelling presenteerden zich stralend en zelfbewust vooral  in het Stabat Mater. Ook het ensemblewerk zoals bij het Miserere van Hasse klonk heel professioneel. Bariton Jan Willem Baljet heeft een ruime en warme  waarmee hij zowel Bach als de romantische Nicolai op boeiende wijze liet klinken. De mezzosopraan Valeria Boermistrova gaf weer een puur moment van intense lied interpretatie. Dit concert werd zo een zinvolle voorbereiding voor de passieperiode.

 Jos Keijzer.Muziek en Co

 

Messiah, 29 november 2014

MUZIKAAL DOORVOELDE MESSIAH DOOR TOONKUNST ALMELO

Messiah , an Oratoria.
Georg Friedrich Händel
Zaterdagavond 29 november 2014
Grote Kerk Almelo

Koor: Toonkunst Almelo
Orkest: Van Wassenaer Consort

Clara de Vries, sopraan
Leandro Marziotte, countertenor
Daniӫl van Kessel, tenor
Daniӫl Herman Mostert, bariton

Dirigent: Arno Vree

De beroemde Messiah van Händel is in alle opzichten een bijzonder werk. Händel was destijds bij het grote publiek bekend door zijn opera’s. Pas op zijn vijftigste begon hij aan zijn bijbelse oratoria. Ook wel ingegeven door een aantal Italiaanse opera’s die het publiek niet welgevallig waren. Financieel moest er wat gebeuren. Het libretto van Charles Jennens bracht uitkomst. Losse en korte teksten uit het Oude en Nieuwe testament gericht op de Bijbelse Messias. De Messiah is een anthem-oratorium, psalmteksten, de lofprijzing maar zonder handeling. Bijkomend voordeel voor Händel was de uitnodiging om naar Dublin te komen voor een aantal liefdadigheidsconcerten. Händel had 24 dagen nodig om het werk te schrijven. De eerste uitvoering was op 13 april 1742 .Een groot succes. De meeste oratoria waren voor theaters geschreven maar Messiah is het enige “sacred” oratorium dat de componist in een gewijd gebouw uitvoerde. Vijf solisten , ongeveer twintig koorleden en een orkest bestaande uit strijkers , pauken en een enkel solo instrument , de trompet. Hobo’s en fagotten werden pas later toegevoegd voor de uitvoering in Londen, De strijkers werden verdubbeld. Händel heeft al werkend vele herzieningen toegepast , soms om artistieke redenen , andere zangsolisten of andere omstandigheden. De eerste Dublin versie is daarmee nooit meer herhaald. Rond 1750 werd Messiah een traditie in Engeland. Händel sloot dicht tegen Pasen het jaarlijkse seizoen er mee af.

Dit grootste werk werd door Toonkunst Almelo met veel passie en muzikaal inlevingsvermogen uitgevoerd. Dirigent Arno Vree wist vanuit een heldere en duidelijke directie zijn visie over te brengen aan koor , solisten en orkest. Dansant , transparant en gloedvol opbouwend waar nodig. In dit tweeӫnhalf durende koorwerk wist Toonkunst de muzikale boog goed gespannen te houden. In de tutti gedeelten manifesteerde dit koor zich in een grootse harmonieuze koorklank. Tot de laatste koorgedeelten toe bleef de “Drive “ gehandhaafd. Zoals in “Since by man came death” waar loepzuiver a capella werd ingezet. Ook in het “Amen “ diezelfde overtuiging die op het talrijke publiek oversloeg. Toonkunst beschikt over gevarieerde stemgroepen. De sopranen zijn excellent en voorzien het geheel van glasheldere boventonen. Met name de tenoren hebben hun handen vol om het muzikaal bij te benen. Alle koorgroepen kennen hun partij en bij Händel zijn echter de frases zo gecomponeerd dat elke koorgroep een gelijkwaardige koorklank dienst te hebben. Toch is het een grote prestatie die dit koor leverde. De solisten pasten wonderwel in het muzikale plaatje van de dirigent Arno Vree. De countertenor was met bijzonder timbre virtuoos vooral in het hoge register en de behendigheid in recitatieven en aria’s. Een ongekende schoonheid in klank en vertolking. Diezelfde aanpak klonk bij de bariton en sopraan. De tekst en de muzikale bedoelingen kwamen tot leven. De tenor schilderde fenomenaal de aria “Thou shall break them with a rod”. De trompetsolo in “ Trumpet shall sound” klonk perfect en goed ingevoerd in de orkestklank .Beter als in het begin waar het sterk overheersend was. Het Wassenaer Consort harmonieerde voortreffelijk in de continuo begeleiding , liet een innige kamerorkestklank horen en een brede actieve briljante koorbegeleiding . Even een kleine afwezigheid van het orkest bij de inzet van het “Hallelujah” maar dirigent Vree liet het koor op voortreffelijke wijze horen waar het voor gekomen was. Gepassioneerd zingen .

Jos Keijzer
Muziek en Co
Vocaal.

Jubileumconcert 80 jaar Toonkunst

MUZIKAAL “SUCCESVERHAAL” JUBILEREND KOOR TOONKUNST ALMELO

Jubileumconcert Toonkunst Almelo. Vrijdagavond 25 november 2016. Grote kerk Almelo.

Koor: Toonkunst Almelo.
Orkest: Orkest van het Oosten.
Margreet Rietveld, sopraan.
Anouk Snellink, sopraan.
Melanie Brilman, alt.
Mattijs Hoogendijk, tenor.
Daniël Herman Mostert, bas.
Dirigent:Arno Vree.

Werken:
Gloria , Vivaldi.
Dixit Dominis en The Anthem on the Peace, Händel.
Welcome to all the pleasures, Purcell.

Toonkunst Almelo bestaat 80 jaar. Het koor stelt zich ten doel “de toonkunst en zangkunst te bevorderen”. Uit het repertoire dat opgebouwd is, blijkt dat wel. De grote beroemde werken van Bach, Händel werden uitgevoerd met daarnaast o.a. de composities van Vaughan Williams, Rutter, Ramirez en Pergolesi. Bij dit jubileumconcert werd de doelstelling ook ten volle gehaald. Vier werken uit de barok stonden op het programma die een artistieke staalkaart lieten horen van het goed zingende koor. De openingscompositie van Purcell, uiteraard een ode, zijn handelsmerk, werd subtiel en dansant gepresenteerd. Deze ode voor St. Celia’s day, vormde een prima gekozen opmaat voor het gehele concert. Solisten en koor wisselden elkaar af vanuit een heel natuurlijke nog wat ingehouden zanghouding. Het Orkest van het Oosten manifesteerde zich hier als een fijnzinnig kamerorkest. Tenor Mattijs Hoogendijks soepele stem en zeggingskracht pasten wonderwel bij deze muziek. Bas Daniel Hermán Mostert soleerde behendig en warm van toon “Lift up your voices”. Dat dirigent Arno Vree voor Toonkunst de muzikale lat hoog legt, blijkt wel uit de keuze voor het Dixit Dominus van Händel. Een werk vol muzikale tegenstellingen voor soli, orkest en vooral koor. Flitsend opende het orkest en Toonkunst anticipeerde volledig. Inzetten buitelden intens over elkaar heen. Sopranen en tenoren behielden zuiver en strak de lange muzikale lijnen waarom heen bassen en alten figureerden. Met daartussen door de solisten zoals de zeer overtuigende alt Melanie Brilman. Daar is dan ineens het wonderschone, intieme “De torrente in via bibet”. Een lichte instrumentale begeleiding en dan de twee wonderschone sopranen, licht en helder tot in de hoogste regionen. Hier vloeiden de mannen van Toonkunst eenstemmig en loepzuiver in deze ijle compositie. Dat Vivaldi voor zijn eigen plezier componeerde klonk voluit in het Gloria. Het werkte waarschijnlijk aanstekelijk op het koor. Deze uitvoering was groots van koorklank en koorbalans. Voor het talloze publiek was het een feest der herkenning en dan is het bij een jubileumconcert een muzikaal feest als alles op zijn plaats valt. Het Orkest van het Oosten was versterkt met koper-, houtblazers en pauken en stimuleerde optimaal. “Laudamus te”, een duet voor de sopranen Anouk Snellink en Margriet Rietveld werd een muzikale parel bij dit feestconcert. “Anthem on the Peace” van Händel gaf de bekende “Messiah-fragmenten” weer. Ook daar voelde Toonkunst zich hoorbaar thuis. Organist Henk Linker speelde de continuo-partijen lichtvoetig en de tutti-gedeelten adequaat en strak. Dirigent Arno Vree pikte kleine oneffenheden moeiteloos op en stuurde het alerte koor met overwicht aan. Inderdaad “tidings of salvation”. Lastig dat de solisten geen vaste plek hadden maar gelukkig leed de kwaliteit er niet onder. Dit zeer geslaagde jubileumconcert werd terecht afgesloten met een groots “Glory and power and honour to God”. Uiteraard ook “honour” voor Toonkunst Almelo.

Jos Keijzer
Muziek en CO vocaal

MONUMENT VOOR KOORMUZIEK BIJ TOONKUNST ALMELO

Almelo, Grote Kerk, 3 November 2017, Oratoriumkoor Toonkunst Almelo

Sint Joris Mis van Herman Finkers
Mirror of Perfection van Richard Blackford
Prayer of St. Francis van Allen Pote
Elegischer Gesang van Ludwig van Beethoven

Orkest: Nationaal Symfonisch kamerorkest (NASKA)

Dirigent: Arno Vree

Sopraan: Irma ten Brinke, Bariton: Daniël Hermán Mostert

All Souls – All Saints

In een volle Grote kerk te Almelo voerde oratoriumkoor Toonkunst een aantal werken uit vanuit de optiek van duister naar licht. Het duister voor de Allerzielen werd verklankt bij Bach en Beethoven. De mis van Finkers zat daar als een muzikaal scharnierpunt tussen. Zeker met het Agnus Dei en de intiemere herschrijving van de instrumentale begeleiding. Bij Allerzielen werd een ode gebracht aan Georgius in de Joris-Mis en aan Franciscus in het werk van Pote en Blackford.

Met de Sinfonia uit de cantate van Johann Sebastian Bach “Ich steh mit einem Fuß im Grabe” werd het concert geopend. De hobo liet een prachtige melodie horen, terwijl de begeleidende strijkers korte muzikale begeleidingsstapjes deden die aanvoelden als de regelmatige stappen op een begraafplaats en het luiden van de klok.

Een goed moment voor het talloze publiek om even tot rust te komen, een bezinningsmoment om de aandacht te scherpen. De strijkers van het kamerorkest lieten bij het Eligischer Gesang van Beethoven een homogene klank horen. Prachtig samenspel, hetgeen het gehele concert constant bleef. Een treurlied voor een jong overleden moeder waarin orkest en koor elkaar zin voor zin afwisselden. Die ingehouden inzetten vooral aan het begin van een concert zijn en blijven een opgave waar de vrouwenstemmen zich beter wisten te handhaven. Toch was de weergave zachtmoedig en troostend.

Herman Finkers schreef spontaan een Agnus Dei. Ter gelegenheid van zijn huwelijksinzegening in 1990 voltooide hij dit Agnus Dei tot een volledig in het Latijn gezongen mis. Omdat deze huwelijksinzegening plaatsvond in de Georgius (Joris-/Sjors-)kerk in Almelo werd de mis aan Sint Joris gewijd. Actueel is wel dat deze ook de beschermheilige is van de Catalanen. Later schreef hij er een Credo bij en een bewerking voor koor met een groter ensemble. Daarna herschreef hij zijn mis in een versie voor strijkkwintet, hobo, harp, klavecimbel en koor. De Missa in Georgii 2.2.honorem Sancti. Deze uitvoering werd bij dit concert ten gehore gebracht. Componist Finkers was zelf aanwezig. De intieme benadering paste wonderwel in het muzikale concept van dit concert. De mis bevat vele raakvlakken met het gregoriaans in het kyrie en een gloria vol “Rutter” elementen, beweeglijk en een prachtige stemvoering door het koor. Hier waren de tenoren perfect te horen. Het koor manifesteerde zich in een golvende beweging met de omlijsting van de harp. De sopraan presenteerde zich in enkele maten met een prachtige volle stem, loepzuiver reikend tot de uiterste hoeken van de kerk. Orkest en koor waren goed op dreef

Bij de Prayer of St.Franciscus van Allen Pote was, bij dit oorspronkelijke à capella werk voor koor, een arrangement gemaakt voor strijkersensemble en koor. Hier werd een harmonieuze uitvoering ten gehore gebracht. Subtiel en verfijnd. Sopraan, koor, strijkers en de harp voelden elkaar aan. Dit klonk veel aangenamer dan de Amerikaanse koren die vaak een te groot vibrato hebben bij de sopranen. Dirigent Arno Vree straalt rust en zekerheid uit en vormt vooral een eenheid met het koor.

Hoe goed ook er gemusiceerd werd, de topper van dit concert was toch wel “Mirror of Perfection” van Richard Blackford. Hij schreef een zevental hymnen gebaseerd op het Zonnelied van Franciscus en de liefde. Voor velen onbekend, maar na deze uitvoering een compositie die vaker mag terugkomen. De Engelsman Blackford schreef filmmuziek, opera’s, musicals en liederen. Voortgekomen uit de avant garde en dan deze aansprekende compositie. Dat het koor hard gestudeerd moet hebben, was wel duidelijk. Italiaans waar de uitspraak net even anders is als het Latijn. Muzikale wendingen volop in ritmiek en dynamiek. In deze uitvoering was extase en intimiteit te horen. Het orkest gaf diepwarme klanken door de met de cello’s en contrabassen. Hoorns en slagwerk gaven extra dynamiek. De bariton opende met het Laudate. Wat een overtuiging en een muzikale vertolking en zeggingskracht. De Canticle of the Birds vertolkte hij in het Frans, wonderschoon. Wat een dictie. De sopraan ontroerde bij Canticle vier “Di si dolce spendore”. Breed waar nodig en dan in het allerhoogste register heel verfijnd af kunnen sluiten. Dat gebeurde bij het orkest zeker in de afsluitende Canticle of Peace, De strijkers bouwden een klank als een orgel op. Bij een enkele muzikale ontsporing wist men onder de vaardige leiding van dirigent Arno Vree direct weer in de muziek thuis te raken. Het directieplezier straalde er van af.

Muzikaal gezien was voor dit concert een “heiligverklaring” oprecht verdiend.

Jos Keijzer